Het biotoop van de Malawi cichlide
Het Malawimeer strekt zich over 584 km uit in de Great Rift Valley van Oost-Afrika. Het meer, tussen Malawi in het westen, Tanzania in het noorden en oosten en Mozambique in het oosten, ligt 473 m boven de zeespiegel en beslaat een oppervlakte van ongeveer 29 000 km². De bodem van het meer kan op een diepte van meer dan 700 m liggen. Het Malawimeer, het voormalige Nyasameer, wordt grotendeels gevoed door de vele bergrivieren, waarvan de Rukuru de belangrijkste is. De enige afvoerrivier is de Shire, een zijrivier van de Zambezi, die het water naar de Indische Oceaan afvoert. Wanneer het niveau van het meer echter laag is (1.50 m beneden de hoogste waterstand), draait de stroming om en voert de Shire het water van de Zambezi naar het Malawimeer.
Het meer wordt omgeven door bergen waarvan de hoogte in het oosten variëert tussen de 1500 en 3000 m. Een drassige of zanderige strook van enkele kilometers breed scheidt deze bergen van de oevers, behalve in het noordoosten waar ze loodrecht naar beneden storten.
Het water heeft een lagenstructuur, dat wil zeggen dat ongeveer de bovenste 150 meter voldoende zuurstof bevat waarin het mogelijk is dat vissen kunnen leven. Vanaf 150 meter gaat het zuurstofhoudende water over in zwavelwaterstofhoudend water. Hierin is geen leven meer mogelijk. De temperatuur schommelt gedurende de seizoenen. In de koele winterperiode (april tot augustus) zakt deze naar 23°C. In de warme periode van september tot maart waait de wind uit het noordoosten, maar is dan veel zwakker. De temperatuur loopt op tot 28°C en in stilstaand en beschut water van de lagunen kan de temperatuur zelfs oplopen tot 30°C. Door de hevige regenval in maart en mei kan het waterniveau drastisch stijgen en een verschil van anderhalve meter met het niveau in de droge tijd is dan geen uitzondering.
De kusten van het meer bestaan hoofdzakelijk uit vlakke of zacht glooiende landschappen. Aan de kant van Mozambique gaat dit over in heuvelachtig landschap. Enkel in het noordwesten vinden we duidelijk hoge bergen. De 1600 km lange kustlijn bestaat voor 30% uit rotsen die worden afgewisseld met 70% zand. Vooral de rotsformaties zijn bron van grote evolutionaire ontwikkelingen onder de cichliden geweest gedurende het bestaan van het meer.
De cichliden uit het Malawimeer zijn in drie groepen te verdelen op grond van hun leefgewoonten en de plaatsen waar ze zich bij voorkeur ophouden.
Vooral aan de rotsachtige oevers leven veel bontgekleurde soorten. Door de inheemse bevolking worden ze MBUNA genoemd, welke naam door de wetenschappers overgenomen is. Dankzij het heldere water en het zonlicht zijn de rotsen begroeidmet algen, waartussen weer talloze kleine diertjes rondzwemmen. Zowel dierlijk als plantaardig voedsel wordt met hun speciale daartoe ingerichte gebit van de rotsen gegraasd.
Een tweede groep vormen de UTAKA. Deze is minder geschikt voor het aquarium door zijn omvang en door zijn eetgewoonten ( dierlijk voedsel).
Een derde belangrijke groep die boven de zandbodem leeft bij de overgang naar de rolstenen zijn de AULONACARA.Een zeer vredelievende vis die door zijn bonte kleuren en zijn wapperende vinnen de nederlandse naam "Keizercichlide" heeft gekregen. Deze vissen pakken hun prooi met zand en al op en zeven dan het zand met behulp van hun kieuwen weer uit. Ze eten zowel dierlijk als plantaardig voer.