Chuckwalla

Sauromalus Ater

Verspreidingsgebied en voorkomen

De chuckwalla komt voor in woestijnachtige streken van Mexico en in de Verenigde Staten in de staten California, Nevada, Utah en Arizona. Ze houden van dorre en warme rotsachtige gebieden met veel schuilplaatsen.
De chuckwalla kan tot 48 centimeter lang worden. Het lichaam is erg gedrongen en heeft een dikke staart die bijna even lang is als het lichaam. De buik kan sterk worden afgeplat, zodat ze beter kunnen zonnen. De huid in de nek en langs de flanken zit erg los (foto).

Gedrag

Chuckwalla's zijn zeer taaie dieren en kunnen wel 25 jaar oud worden. Zoals andere leguanen kunnen ze communiceren door met de kop te knikken, te gapen of het lichaam op en neer te bewegen. Alleen tijdens de paartijd zijn ze territoriaal en is het grootste mannetje de baas over de kleinere. Bij gevaar kruipen ze in een rotsspleet en dan blazen ze zichzelf op, zodat ze muurvast komen te zitten. Alleen door ze te doden of de rotsformatie af te breken kunnen ze dan gevangen worden. Overdag zijn ze actief en 's nachts schuilen ze tussen rotsspleten. In de natuur houden ze in de koelere periode een winterslaap van enkele maanden. De koudbloedige chuckwalla gaat laat slapen. Maar als hij 's morgens wakker wordt, dan kiest hij zo snel mogelijk een plaatsje boven op een rots om vlug op te warmen, zodat hij de snelheid weer krijgt om te ontsnappen aan zijn belagers.

Verblijf

Aangezien de chuckwalla in rotsachtige gebieden leeft, kan het terrarium beter hoog dan lang zijn. Het zijn uitstekende klimmers, zelfs tegen een steile wand (zie foto). Willen ze daar dan af, dan laten ze zich gewoon vallen.
Hogere rotsformaties hebben tot voordeel dat daarboven warmtebronnen kunnen worden gesitueerd, terwijl op de bodem dan een lagere temperatuur heerst. De dieren kunnen dan zelf hun verblijfstemperatuur bepalen.
Maak er in ieder geval een hol in zodat ze zich 's nachts daarin terug kunnen trekken.
Overdag dient de omgevingstemperatuur ongeveer 25 graden Celsius te zijn, oplopend onder de warmtelampen tot 55 graden. 's Nachts dient de temperatuur te dalen tot ongeveer 20 graden.
Op de bodem een dikke laag fijn zand, waar ze graag ook in graven.
Een bak met water is niet direct noodzakelijk want de chuckwalla haalt zijn vocht uit de planten.


Voedsel


Chuckwalla's zijn planteneters. Het aanbod kan bestaan uit sla, andijvie, witlof, peen en soms wat kleine stukjes fruit. De voorkeur gaat toch uit naar paardebloemblad en de bloemen daarvan, lange en rondbladige weegbree, gras en klaver. Pluk deze planten wel in een schone wei en niet op plaatsen waar bestrijdingsmiddelen en uitlaatgassen er op kunnen komen.
Bijzonder lekker vinden ze gele bloemen, zoals viooltjes,paardebloemen, cactusbloemen en leeuwenbek. In de natuur eten ze bloemen van de creosootstruik (Larrea tridentata).
Ofschoon de dieren nauwelijks drinken, dient er toch altijd vers water beschikbaar te zijn.
Het voedsel dient altijd aangevuld te worden met vitaminen en mineralensupplementen (o.a. kalk). Krijgt de chuckwalla daar voldoende van en is hij in goede gezondheid, dan zal hij ook zeer regelmatig vervellen (zie foto).
Tijdens het vervellen eet hij beduidend minder en is ook veel minder beweeglijk. Dit kan enige tijd duren. Regelmatig besproeien bevordert het vervellingsproces. Het kan gebeuren dat de oude huid wat moeilijk los komt. Dan zullen we de chuckwalla een beetje moeten helpen. Laten zitten is zeer slecht. De oude huid kan gaan verhoornen en een bron vormen voor ontstekingen.
Zet de chuckwalla in een bak met lauw water en laat daar de huid in weken. Veeg er voorzichtig overheen met een wattenstaafje of een washandje, zodat de huid langzaam oprolt of afscheurt. Dit eventueel na een paar weken nog een keer herhalen.

Planten absorberen zouten uit de bodem waar ze in groeien. Een chuckwalla krijgt dan ook erg veel zout binnen via zijn voedsel (menig ander dier zou er dood aan gaan). Ook de chuckwalla zou er aan sterven, maar hij slaat het zout op in klieren in zijn neus. Zeer regelmatig niest de chuckwalla dan ook die klieren leeg, wat goed te zien is op de ruiten van het terrarium. Schoonmaken met gewoon wat water en een doek (zie de foto en wetenschappelijk rapport). Tijdens het vervellen gebeurt dit niezen ook zeer weinig.