Cichliden hebben tijdens de evolutie een heel eigen voortplantingsmethode ontwikkeld.
Hierboven zie je de volgorde van het paaien. Als het vrouwtje eieren gaat leggen, gaat het mannetje met zijn kop tegen haar rug tikken waardoor het vrouwtje wordt afgeleid en zich omdraait richting mannetje. Wanneer het vrouwtje zich omdraait ziet zij de “eivlekken” op de anaal- vin van het mannetje zitten. Deze probeert zij, samen met de andere eieren, op te happen. Tijdens deze procedure worden de eieren bevrucht.
De meeste vissen in de zee en in rivieren leggen zeer veel eieren, waarvan de meeste verloren gaan omdat ze maar aan hun lot overgelaten worden.
Bij de cichliden is dit anders. In plaats van grote aantallen eieren maar op goed geluk in het water los te laten, maken zij veel kleinere legsels, die ze niet zo maar aan het lot overlaten. Ze hebben een uitgebreide broedzorg. Daardoor gaan veel minder eieren en jongen verloren. Er zijn nog wel soorten waarvan het wijfje zo’n 7.000 eieren legt, maar de meeste cichliden hebben veel minder eieren. Soms maar 5, 6, 10 of zelfs maar 1 ei. En daar zijn ze zuinig op. Stel je voor dat die paar eieren verloren gaan.
De broedzorg kan op verschillende manieren gebeuren. Er zijn cichliden (de substraatbroeders) die hun eieren op de bodem of op de rotsen vastplakken. Niet zo maar ergens op een willekeurige plek, maar in een eigen gebiedje, waaruit rovers geweerd worden. Ze verdedigen dit gebied, het territorium. Andere kleine soorten, die niet in staat zijn om grote indringers te verjagen, verstoppen het legsel in rotsspleten. In het Malawimeer leven verschillende van deze soorten vissen. Sommige maken een echt nest. Bij de substraatbroeders zorgen het wijfje en het mannetje samen voor het broedsel. Ze blijven bij elkaar en jagen allebei indringers weg. Ze beschermen niet alleen de eieren en jongen, ze zorgen er ook voor dat deze voldoende zuurstof krijgen door er met hun vinnen een waterstroom overheen te drijven. En ze halen vuil en rottende eieren weg.
Maar het kan nog anders. Veel cichliden beschermen hun broed door het helemaal in de bek te nemen. Op die manier kan geen indringer het te pakken krijgen. Meestal neemt het wijfje van zulke “Muilbroeders” de eieren in de bek. Ook de jonge visjes schuilen daar. Naarmate ze groter worden komen ze vaker naar buiten. Maar bij gevaar schieten ze gauw weer moeders bek in. Al die tijd eet het wijfje niet. In de bek is het niet alleen veilig, maar ook gezond, omdat een voortdurende waterstroom voor verse zuurstof zorgt.